You are currently browsing the monthly archive for april, 2008.

De lente lijkt overal aanwezig, zij het in de hoofden van de mensen. Ook de inspiratie is heel even verdwenen of wordt op zijn minst verplaatst door preoccupatie op andere vlakken. Ik beken, want ik vertoon dezelfde verschijnselen.

Momenteel werk ik de laatste restjes thesis af. Een aantal stukken zijn reeds door mijn promotor gelezen en goedgekeurd. Meer zelfs: “over het algemeen uitstekend. Omvattend en goed gedocumenteerd, maar toch helder. De boodschap komt prima over.” Nu nog een laatste stukje literatuur en wat van mijn onderzoek afwerken. Het einde is in zicht en overvalt me wat, daarover later meer.

Ik blijf een beetje vastgelijmd aan Antwerpen. Ik leer een stad kennen zoals ik die nog niet eerder had gezien. Hoewel ik dat in het verleden al meermaals claimde, in wezen bij elk nieuwe persoon die ik er leerde kennen, is het anders nu. Misschien is dat toe te schrijven aan het feit dat ik op dat vlak wat nuchterder ben geworden. Of misschien is het gewoon een voorteken dat dat extra (‘nutteloze’) jaartje Politieke Communicatie mij goed zal doen. Al was het maar omdat ik mezelf eindelijk zal kunnen toewijden aan iets wat ik écht graag wil doen.

In tijden dat ‘de regering’ van crisis naar crisette sukkelt, mis ik de sfeer van de politieke redactie van een krant. Wat me eigenlijk doet nadenken over wat ik beroepshalve met mijn leven wil gaan doen. Misschien moet ik toch overwegen om datzelfde leven op te offeren aan de schoonheid van de letters en de kracht van woorden. Want daar ben ik goed in. Althans zo maken anderen de keuze voor mij.

Ps. Na mijn winterstop inzake lopen in open lucht, ben ik sinds vorige week terug rondjes rond de Watersportbaan (én terug) aan het lopen. Heerlijk om die loopband te kunnen laten voor wat die is. Vandaag klokte ik trouwens af op 0:21:30. Tot dusver mijn beste tijd.

Afgelopen maandag bracht Canvas een reportage uit de reeks van Louis Theroux. De Brits-Amerikaanse filmmaker bracht drie weken bij de familie Phelps door. Samen met haar 71 leden vormt ze de Westboro Baptist Church, een conservatieve christengemeenschap die fel gekant is tegen homoseksualiteit en ‘andere seksuele afwijkingen’. Ze zijn ervan overtuigd dat God de Amerikaanse samenleving straft omwille van haar zondig gedrag en lakse morele houding. Rampen als 9/11, de tsunami in Zuid-Oost Azië en de oorlog in Irak zijn allemaal onderdeel van dit wraakplan. Al meer dan vijftien jaar houdt de familie protestacties tijdens begrafenissen van Amerikaanse soldaten en AIDS-patiënten. Voor de ogen van de rouwende families scanderen ze leuzes als ‘God hates fags’ en ‘Thank God for AIDS’.

Dat sommige mensen, zelfs al gaat het hier om een groep christenfundamentalisten, nog steeds zo over homoseksualiteit denken valt te betreuren. Helaas blijkt dat dergelijke vooroordelen ook dichter bij huis nog steeds voorkomen. Ik denk dan specifiek aan de reacties die de ‘ik ben tolero’-campagne losweekte. Los van het feit of een door de overheid gesubsidieerde campagne het f-woord mag bevatten, ging het voor sommigen althans, duidelijk om het nogmaals uiten van hun bezorgdheid omtrent de waarden en normen in deze maatschappij.

Nochtans heerst er al langer dan vandaag een verregaande onzekerheid over onze normen en waarden: van onderwijs en opvoeding tot allerhande genderpatronen. Mensen weten het zelf niet zo goed meer en keren zich terug in zichzelf. Tegelijkertijd duiken hier en daar moraalridders met pasklare, conservatieve antwoorden op. Hoewel het soort conservatisme waarvan deze groep zich bedient helemaal niet nieuw is, is het op zich wel enorm verontrustwekkend. Sommigen spreken over een opflakkering van het ethisch réveil. Na acht jaar paarse regeringen en de invoering van een aantal heel verdraagzame wetten (van het homohuwelijk tot euthanasie) lijkt de tegenreactie op gang gekomen. Het is genoeg geweest.

Dat blijkt onder andere ook uit het ‘pluralistisch burgerinitiatief’ Actie Gezin, een christelijke zweeporganisatie waarin toppolitici van CD&V, cdH en MR de knots zwaaien. De beweging vond het nodig om de ‘tolero’-slogan volledig af te schieten omdat het ‘niet goed voor de seksuele gezondheid’ zou zijn en tegelijkertijd ook ‘losbandige seks aanmoedigt’ en zodoende de ‘aidsepidemie helpt te vergroten’. Voor wie niet genoeg kan krijgen van dergelijke als fatsoen vermomde razernij neemt best een kijkje op de website van Actie Gezin.

Als er een ding duidelijk is en blijft, is dat dergelijke campagnes hun doel niet voorbij schieten. Uit onderzoek is immers gebleken dat 43,5% van de Vlaamse jongens een negatieve houding heeft ten opzichte van holebi’s, tegenover 23,5% van de meisjes. Er wordt thans niet zoveel teruggevraagd. Recent UA-onderzoek stelt dat holebi-jongeren als een gewone jongeren willen benaderd worden, en niet als holebi-jongeren. Er wordt met andere woorden geen eigenheid of specificiteit geclaimd, maar enkel aanvaarding of acceptatie. Dit realiseren, samen met het vermijden van overbelichting (sowieso contraproductief), zou al een stap in de goede richting zijn. Het is jammer dat daar anno 2008 nog steeds grote budgetten voor moeten uitgetrokken worden.

In mijn vorige post had ik het over Antwerpen, de enige stad die me tegelijkertijd kan beroeren en verblijden. Omdat die gevoelens zo moeilijk schriftelijk vast te leggen zijn (en ook wel omwille van persoonlijke redenen), heb ik er maar een bitterzoete soundtrack van gemaakt. Je kan het ding integraal downloaden via rapidshare. Voor het bijkomende ’artwork’ en tracklist moet dan weer hier geklikt worden. Veel plezier ermee.

Als er iets bestaat zoals een voorteken dan moet ik ze afgelopen zaterdag allemaal gehad hebben. In een tijdspanne van een aantal uren, overigens telbaar op een hand, moest ik duidelijk gewaarschuwd worden voor iets dat zich boven mezelf dreigde uit te storten. Omdat ik er na al die jaren nog steevast van overtuigd ben dat alles om een bepaalde reden gebeurt (in een verwerkingsproces is het altijd makkelijker om de oorzaak aan een externe factor toe te schrijven), moet ik vast en zeker grondig uit de gratie van iets of iemand gevallen zijn. ‘Een straf van God’, foeterde je toen ik dat naakte, natte lichaam van je even de kwaliteiten van Adam toedichte. ‘Maar ik geloof helemaal niet in God’, maakte ik de post-rationalisatie. Het plaatje klopte. ‘Vandaar dat God eerst de goddelozen straft’.

Het had allemaal te maken met hoe ik die zaterdag, de dag die de perfectie moest zijn of op zijn minst zou benaderen, had ingekaderd. In mijn hoofd had ik een plan, de weg van mijn hoofd naar jouw hart, tot in het kleinste detail uitgekiend. Een open mandaat eigenlijk, maar dan met duidelijke objectieven. Het grote verschil met eerdere plannen was dat het dit keer niet gebaseerd was op een consensus-streven. Het was geen (vals) intern compromis van mezelf dat in een tijdspanne van drie weken tot hooguit drie maanden lelijk zou uiteenspatten, op een manier zoals het vroeger met anderen altijd was gegaan. Dit keer was het zorgvuldig gebaseerd op een emotionele betrokkenheid, een gevoel dat ik trouwens bij heel weinig mensen heb, en wanneer ik erover nadenk eigenlijk op een drietal keren na mij nooit zo intens had weten te beroeren. Maar nu was het er wel.

De dag waarop alles stond te gebeuren ging op een gebruikelijke manier van start. Ik werd wakker, moe en niet uitgeslapen. Niet ongebruikelijk, eigenlijk, zoals altijd. In alle haast werkte ik nog vlug een setje push-ups af en vertrok daarna naar mijn werk. Onderweg herhaalde ik nogmaals het vooropgestelde scenario en zou dit blijven doen in de resterende elf uur en honderdtwintig kilometer die ik van je verwijderd was. Tot het op een bepaald moment verkeerd ging en, om het zacht uit te drukken, het verleden interfereerde met het heden. Aanvankelijk leek het op een louter toevalligheid, maar amper vier uur later was de helft van mijn relationeel- of seksleven verleden (ik hou hier bewust de scheiding aan) terug boven water gekomen. Hoewel het hier over respectievelijk ter ziele gegane verleiding of vroegere verlangens gaat, zijn er fijnzinniger manieren om iemand iets duidelijk te maken.

Het sporen op weg naar jou deed me terug focussen op mijn intenties om klaarheid te scheppen. Dit keer geen woorden, maar daden. Uit de nog niet koude confrontaties met het verleden had ik bovendien beseft dat ik niet langer gebukt wil blijven stilstaan. Het liefst wil ik vooruit en naar de toekomst kijken. Beide intenties kregen een plaats in een aangepaste plan waarvan de basispremisse nog steeds overeind bleef. De semi-gestructureerde aard van onze beide karakters had er trouwens voor gezorgd dat er een blauwdruk van de avond beschikbaar was, wat het vooral voor mij gemakkelijk maakte een uitgelezen moment uit te kiezen voor een niet mis te verstane tussenkomst. Eerlijkheidshalve had ik een reserveplan klaarliggen. De ervaring leert me immers dat ik geen grote, niet mis te verstane, redenaar ben.

De trein kwam aan in Antwerpen. De enige plaats die me tegelijkertijd kan verblijden en beroeren. Je stond erop mij te komen oppikken hoewel een vijftien minuten durende wandeling mij ook tot bij jou bracht. Het leuke aan die zinloze, onbestemde ritjes die we dan altijd maakten ben jij. Net daarom sta je er ook altijd op om mij te komen halen. Mij wezen dergelijke verplaatsingen vooral op mijn kwetsbaarheid. Op dat moment wist ik reeds dat het goed was een noodplan achter de hand te hebben. Wat niet meer betekende dan dat ik de door mezelf zo zorgvuldig voorbereide woorden niet over mijn lippen zou krijgen. De intimiteit van het moment stemde me tot genieten, niet tot nadenken of de wil om te categoriseren. Het ging de toestand van een complete rust vooraf, de volheid van de slaap.

Ik werd wakker naast je en stond enkele minuten later niet eens op een stiekeme wijze naar je te gluren. Ik keek toe hoe je met elegante bewegingen elk plekje op je lichaam proper waste. Beschermd achter die glazen douchewand leek je mijn aanwezigheid niet op te merken of misschien deed je gewoon alsof. ‘Jouw beurt!’ waarop ik gehoorzaamde en de rollen zich omkeerden. Zelfs ’s morgens zie je er zo fucking heerlijk uit. Ik liet het warme water in dikke stralen over mij heen lopen. En samen met het water weekte ook het reserveplan zich van me los. Al zou dat pas echt gaan doordringen toen ik terug in de koude lentewind op mijn rit huiswaarts stond te wachten. ‘En braaf zijn’, plaagde je me nog.