The Omen
april 7, 2008
Als er iets bestaat zoals een voorteken dan moet ik ze afgelopen zaterdag allemaal gehad hebben. In een tijdspanne van een aantal uren, overigens telbaar op een hand, moest ik duidelijk gewaarschuwd worden voor iets dat zich boven mezelf dreigde uit te storten. Omdat ik er na al die jaren nog steevast van overtuigd ben dat alles om een bepaalde reden gebeurt (in een verwerkingsproces is het altijd makkelijker om de oorzaak aan een externe factor toe te schrijven), moet ik vast en zeker grondig uit de gratie van iets of iemand gevallen zijn. ‘Een straf van God’, foeterde je toen ik dat naakte, natte lichaam van je even de kwaliteiten van Adam toedichte. ‘Maar ik geloof helemaal niet in God’, maakte ik de post-rationalisatie. Het plaatje klopte. ‘Vandaar dat God eerst de goddelozen straft’.
Het had allemaal te maken met hoe ik die zaterdag, de dag die de perfectie moest zijn of op zijn minst zou benaderen, had ingekaderd. In mijn hoofd had ik een plan, de weg van mijn hoofd naar jouw hart, tot in het kleinste detail uitgekiend. Een open mandaat eigenlijk, maar dan met duidelijke objectieven. Het grote verschil met eerdere plannen was dat het dit keer niet gebaseerd was op een consensus-streven. Het was geen (vals) intern compromis van mezelf dat in een tijdspanne van drie weken tot hooguit drie maanden lelijk zou uiteenspatten, op een manier zoals het vroeger met anderen altijd was gegaan. Dit keer was het zorgvuldig gebaseerd op een emotionele betrokkenheid, een gevoel dat ik trouwens bij heel weinig mensen heb, en wanneer ik erover nadenk eigenlijk op een drietal keren na mij nooit zo intens had weten te beroeren. Maar nu was het er wel.
De dag waarop alles stond te gebeuren ging op een gebruikelijke manier van start. Ik werd wakker, moe en niet uitgeslapen. Niet ongebruikelijk, eigenlijk, zoals altijd. In alle haast werkte ik nog vlug een setje push-ups af en vertrok daarna naar mijn werk. Onderweg herhaalde ik nogmaals het vooropgestelde scenario en zou dit blijven doen in de resterende elf uur en honderdtwintig kilometer die ik van je verwijderd was. Tot het op een bepaald moment verkeerd ging en, om het zacht uit te drukken, het verleden interfereerde met het heden. Aanvankelijk leek het op een louter toevalligheid, maar amper vier uur later was de helft van mijn relationeel- of seksleven verleden (ik hou hier bewust de scheiding aan) terug boven water gekomen. Hoewel het hier over respectievelijk ter ziele gegane verleiding of vroegere verlangens gaat, zijn er fijnzinniger manieren om iemand iets duidelijk te maken.
Het sporen op weg naar jou deed me terug focussen op mijn intenties om klaarheid te scheppen. Dit keer geen woorden, maar daden. Uit de nog niet koude confrontaties met het verleden had ik bovendien beseft dat ik niet langer gebukt wil blijven stilstaan. Het liefst wil ik vooruit en naar de toekomst kijken. Beide intenties kregen een plaats in een aangepaste plan waarvan de basispremisse nog steeds overeind bleef. De semi-gestructureerde aard van onze beide karakters had er trouwens voor gezorgd dat er een blauwdruk van de avond beschikbaar was, wat het vooral voor mij gemakkelijk maakte een uitgelezen moment uit te kiezen voor een niet mis te verstane tussenkomst. Eerlijkheidshalve had ik een reserveplan klaarliggen. De ervaring leert me immers dat ik geen grote, niet mis te verstane, redenaar ben.
De trein kwam aan in Antwerpen. De enige plaats die me tegelijkertijd kan verblijden en beroeren. Je stond erop mij te komen oppikken hoewel een vijftien minuten durende wandeling mij ook tot bij jou bracht. Het leuke aan die zinloze, onbestemde ritjes die we dan altijd maakten ben jij. Net daarom sta je er ook altijd op om mij te komen halen. Mij wezen dergelijke verplaatsingen vooral op mijn kwetsbaarheid. Op dat moment wist ik reeds dat het goed was een noodplan achter de hand te hebben. Wat niet meer betekende dan dat ik de door mezelf zo zorgvuldig voorbereide woorden niet over mijn lippen zou krijgen. De intimiteit van het moment stemde me tot genieten, niet tot nadenken of de wil om te categoriseren. Het ging de toestand van een complete rust vooraf, de volheid van de slaap.
Ik werd wakker naast je en stond enkele minuten later niet eens op een stiekeme wijze naar je te gluren. Ik keek toe hoe je met elegante bewegingen elk plekje op je lichaam proper waste. Beschermd achter die glazen douchewand leek je mijn aanwezigheid niet op te merken of misschien deed je gewoon alsof. ‘Jouw beurt!’ waarop ik gehoorzaamde en de rollen zich omkeerden. Zelfs ’s morgens zie je er zo fucking heerlijk uit. Ik liet het warme water in dikke stralen over mij heen lopen. En samen met het water weekte ook het reserveplan zich van me los. Al zou dat pas echt gaan doordringen toen ik terug in de koude lentewind op mijn rit huiswaarts stond te wachten. ‘En braaf zijn’, plaagde je me nog.
Leave a Comment
Some HTML allowed:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>
Trackback this post | Subscribe to the comments via RSS Feed