Ik vraag me meer en meer af hoe het zou zijn om niet langer te voelen. Om resistent te zijn tegen de externe factoren die jezelf op een macro-niveau trachten te dwingen om de zaken te analyseren. Om stil te staan en na te denken. Vergeten gelukkig te zijn, hoewel situationeel en tijdelijk van aard.
De voornaamste reden hiertoe is het ingeblakerde zelfdestructieve patroon dat in mij standhoudt en waar sommigen gretig blijven gebruik van maken. Niettemin vereist dat wel het breken met het hier en nu, met alles en iedereen. Met de spiegel die ik mezelf voorhoudt, maar intrinsiek neerkomt op niets anders dan de scherven die het faillissement van mijn eigen ego inluiden. Vooral de zelfaanvaarding van dergelijke toestand baart me zorgen.
Dit is dan ook de reden waarom ik me moet verlossen van het juk dat ik door een aantal ervaringen ben opgelegd gekregen. Dit en niet zozeer de postmodernistische logica die door Baudelaire treffend werd verwoord wanneer hij het had over ‘once we’re liberated, we are forced to ask ourselves who we are‘ (maar dan in het Frans). Daarom zou ik soms niet langer willen voelen. Daarom zou ik soms niet langer willen nadenken.