Ik heb het in vorige berichten al uitgebreid gehad over tekenen des Gods. Aangezien ik een dergelijke bijgelovigheid niet wens te extrapoleren, laat staan exploiteren, heb ik mezelf toen (hetzij onder lichte dwang van buitenstaanders) voorgenomen om dergelijke tekens te laten voor wat ze zijn. Dat was tot gisteren. Toen kwam de duivel, niet zozeer spreekwoordelijk, maar wel voor één keer, uit de lucht gevallen.
Op mijn gebruikelijke rondje watersportbaan (dat ondertussen afgeklokt staat op 21’14”) kwam een kraai onder een auto terecht. En dat, beste drie lezers, is eigenlijk een post-factum eufemisme. Want eigenlijk bevond de kraai zich op het wegdek en besloot ze pas weg te vliegen op het moment dat de auto onmogelijk, hoewel remmend, nog kon uitwijken. Dat wil dus zeggen dat het beest tijdens haar laatste bestaansseconden de auto zag komen, maar tevens op datzelfde moment eigenlijk al aan het gaan was. Toegegeven: het is een moeilijke redenering. Maar eigenlijk komt het erop neer dat na het zoenen van de auto het dier onmiddellijk het leven liet. Althans dat is de veronderstelling want ik heb écht niet omgekeken.
Twee dingen zijn hierbij van belang. In eerste instantie de positie van de kraai. Theoretisch gezien moet deze als een exogene factor beschouwd worden, die op geen enkele manier een invloed uitoefenen kan op mijn bestaan. Pas wanneer ik die zwartig soort vogel een bepaalde waarde toedicht kan de kraai een betekenis krijgen. In dit geval, en conform de bijgelovige leer, dicht ik de kraai de elementen toe van brenger van het kwade of doorgeefluik van negatieve energie. De tweede factor is eerder situationeel van aard. Mijn rondje watersportbaan was eigenlijk vooral bedoeld om me te zuiveren van de spanning die het blokken voor mijn (allerlaatste, jawel!) examen met zich meebracht. En ja, misschien ook wel voor het onderhouden en/of op peil houden van allerhande respectievelijke spier- en vetmassa’s.
Net zoals het er in de politieke wetenschap en diverse besluitvormingcircuits soms op aankomt om being the right person, in the right time en at the right place, had ook deze gebeurtenis een dergelijk karakter. In die zin kunnen mijn rondje watersportbaan en de wel bijzonder dode kraai gezien worden als een de facto positief signaal op een goed examen. Immers: het negatieve element werd hier uit de weg geruimd.
Een alert persoon merkt hier, overigens volledig terecht, op dat deze redenering ruis bevat. De situatie kan namelijk een self-fulfilling prophecy zijn. Volgens dit theorema zou ik dus een goed examen afleggen enkel en alleen omdat ik geloofde dat ik een goed examen zou afleggen (d.i. omdat de negatieve elementen morsdood waren). Een andere potentiële verklaring voor de kans op een goed examen is iets evidenter. Net omdat ik de stof voldoende en goed beheerste zou ik een goed examen afleggen. Tot slot zit je in beide gevallen ook altijd met een intermediaire variabele namelijk de factor geluk.
Hoe dan ook: mijn laatste examen aan de Gentse universiteit zit erop. Aan alle goede dingen komt een einde. Na 40 examens (jaja, dat is inclusief mijn zware eerste zit in’t eerste jaar) hou ik het bekeken op wat vier jaar lang mijn alma mater was. Veel zekerheden zijn er momenteel niet, behalve dan dat er een aantal dingen zullen veranderen. De toekomstperspectieven liggen open. De (nog) grote(re) wereld wacht op mij.
Ongevraagd advies: schrap wat meer. Je bent als schrijver te nadrukkelijk aanwezig, staat teveel de inhoud in de weg.
Deze blog draait dan ook volledig rond mij.
. Maar ik zal erop trachten te letten.