Er raast een spook door de ruïnes. Of door de fundamenten, afhankelijk van hoe je er naar kijkt. Er zijn dagen, én nachten, waarop ik steevast geconfronteerd word met deze werkelijkheid ook al poog ik er zo weinig mogelijk over na te denken. Jijzelf houdt (hield) het altijd bij een ‘wat moet gebeuren, zal gebeuren’. De eigen ervaring leert dat het dit soort fatalisme is dat als voorbode gebruikt wordt om iets naar de Griekse kalender te verwijzen op een niet eens zo stiekeme manier.
Want als er één iets is dat ze allemaal gemeen hebben is het dat ze nooit willen dat je gekwetst wordt, door hen. Projectie, of in sommige gevallen een valse prospectie. Pas dan klopt het plaatje. Net omdat de waarheid kwetst lijkt het in sommige gevallen beter dat ze niet uitgesproken wordt. In plaats daarvan wordt er een dikke nevel geschept. De duidelijkheid. Ofschoon na een tijdje want duidelijkheid is nooit het middel dat een doel in zich draagt. De pijnlijke stilte daarentegen, is dat wel. Het bindmiddel als het ware, tussen het ‘nu niet’ en het ‘nooit meer’.
Het grote voordeel van de stilte is dat je niets hoeft uit te spreken. In puur economische termen blijft de schuldgraad dus miniem. De uiteindelijke kost verbonden aan de aangegane transactie is met andere woorden verwaarloosbaar klein. Je kan gewoon verder gaan en doen alsof er niets is gebeurd. Zonder enige wroeging. De afwezigheid van een dergelijk ethisch bewustzijn werkt heterostatisch in op de stilte. Ze duwen elkaar steeds verder de hoogte in.
Na exact twee maanden en zes dagen ken ik je genoeg om je grote ongelijk op een aantal vlakken vast te stellen. Behalve dan misschien op dit: dat ik teveel nadenk over dingen.
* de titel is Zweeds voor geestesspoken.