You are currently browsing the monthly archive for september, 2008.
Wanneer het vliegtuig taxiet op een dampende tarmac, en de Spaanse zonnestralen de ijzeren vogel waarmee ik tot hier ben gevlogen verwarmen, weet ik het zeker: dit is Madrid. Een gevolgtrekking die geen logica vereist want eigenlijk stond mijn reisbestemming afgedrukt op mijn vliegtuigticket. Dat is uiteraard in de veronderstelling dat die dingen gelezen worden als je keer op keer overvallen wordt door een acute vliegangst.
Niettemin bevind ik me dus in Madrid. De stad die reisgewijs geskipt wordt omdat het niet in de planning paste, meer dan omwille van een terroristische dreiging van welke aard dan ook. Roltrappen loodsen me van de aeropuerto naar de metro. Is het trouwens al iemand opgevallen dat het Spaanse woord voor ‘metro’, gewoon ‘metro’ is? Dit maar om in te leiden dat er over diezelfde ondergrondse een heuse palmboom kan opgezet worden in termen van onbestaande logica noch duidelijkheid. Gelukkig heb ik mijn amigo bij, die ik hierna waarheidsgetrouw David zal noemen, en die me probleemloos door de tunnels gidst. Zijn sterktes, en hun tegenhanger in mijn zwaktes – hangt er vanaf hoe je het bekijkt -, vullen elkaar goed aan.
Ergens in een uithoek van Madrid wacht een bus naar Córdoba. Het Spaanse levensritme en een te lange wachtrij voor bustickets gooien heel even onze planning in de war. Op eenzelfde wijze als de busrit twee uur later, zeven uur lang zou doen.
Ik richt mezelf al verwijtend naar boven, maar iets voor middernacht blijkt Hij ons toch te genadigen. We scoren een slaapplek. Eigenlijk moet het zijn: David scoort een slaapplek. Ikzelf ben bezig met het zoeken naar de meeste flamboyante manier om een 2″ tent op te zetten. Eigenlijk moet het zijn: ik stond er bij en keek ernaar. Het toppunt van technologie/onafhankelijkheid moet de conclusie bevestigen dat dode materie tegenwoordig een eigen koers vaart. De tent zet zichzelf op. Ik focus me dan maar op het vinden van een elegante manier om een luchtmatras op te pompen. Laat ons voorop lopen op de feiten en toegeven dat zoiets werkelijk niet bestaat. Ware het niet donker geweest, ik voelde vast en zeker het schaamrood op mijn wangen glinsteren.
Dit en nog meer straffe verhalen krijgt u – willens nillens – de komende dagen (of weken) voorgeschoteld. Welke vorm deze schriftelijke reconstructie zal aannemen zien we dan wel weer. Ik beloof in ieder geval wat foto’s en een hoopje statistieken. Hasta luego!
