Te midden van Flanders Field, in een dorp dat tijdens Wereldoorlog I vlak achter de Duitse linies lag en omwille van zijn bevoorradingsrol door de geallieerden hevig bestookt werd, is Peter geboren en opgegroeid. Hij verliet al snel en zonder veel woorden het ouderlijke huis op een overigens veel te jonge leeftijd. De toenmalige ijzeren weg bracht hem in vervoering, verrukking en ook wel in het hart van de wereld.
Maar het gat van diezelfde wereld lonkte nog groter. Peter was een vogel voor de kat. Hoewel hij tot een verbeten doodstrijd werd uitgedaagd tegen een ongelijke kon de jongen vijand n°1 verschalken. Moegestreden en op een niet eens zo’n heldhaftige wijze werd er evenwel naar huis teruggekeerd. Onder situationele omstandigheden maakte hij er kennis met het kwaad en werd er andermaal voor gewaarschuwd.
De ge- en verboden vielen helaas in dovemansoren. Toen de leeftijd van 18 was bereikt achtte Peter de tijd rijp om opnieuw het ouderlijke huis te verlaten. Hij spoorde via de al iets modernere treinrails naar de op vier na grootste stad van zijn Heimat. Spoedig keek de jongeman er het kwaad waarvoor hij andermaal was gewaarschuwd diep in de ogen. Bleek dat niet alle eendenkuikens en kroostvelaters de hongerige wolven overleefden.
Gedreven door de stedelijke gloed en allerhande aspiraties op het heldendom sloot Peter een wederzijds bijstandspact met Anderen, gericht tégen de wolven. Als de individuele overwinning, met een permanent staakt-het-vuren in het vooruitzicht, onmogelijk alleen te bereiken valt, dan is het beter het machtsevenwicht te verdelen over diverse actoren.
Via deze gemoderniseerde pen-en-papier-methode brengt hij verslag uit over zijn heroïsche strijd met het kwaad, het ontmoeten van zijn medestrijders, de traan maar vooral de lach én hopelijk over de ultieme list om de wolven voorgoed van een plaats in de dierentuin te voorzien.
